|
Enkele jaren geleden zijn wij voor ons werk van Nederland naar Zimbabwe verhuisd. Dit land wat over het algemeen negatief in het nieuws staat biedt ondanks de huidige politieke en economische situatie nog steeds fantastische mogelijkheden voor outdoor en wildlife liefhebbers. Naast de vele trips die wij hebben gemaakt in Zimbabwe zelf (Hwange National Park, Mana Pools NP, Gonarezhou NP etc) zijn wij eind vorig jaar begonnen met de voorbereidingen voor een maandlange reis met eigen vervoer (Landcruiser HJ 61) door Botswana en Namibie..

Op 31 december 2006 reden we vanuit Zimbabwe naar Johannesburg, Zuid-Afrika om onze reisgenoten van het vliegveld op te halen. Zij hadden een Toyota Hilux geregeld inclusief daktent, watertank en long-range fueltank via een Zuidafrikaans 4X4 verhuurbedrijf (Bushlore: www.bushlore.com of
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
).
Na het afhalen van hun auto en de boodschappen in een van de hypergrote supermarkten van Joburg gingen we op weg naar de Central Kalahari Game Reserve (CKGR) in Botswana. De CKGR is het grootste wildpark van Botswana (meer dan 50,000 km2) en ligt midden in de Kalahari woestijn. Dit enorme park wordt voornamelijk bezocht door mensen die ‘bush-wise’ zijn en goed uitgerust om een aantal dagen self-sufficient te zijn wat betreft fuel, water en eten. Voordat je het CKGR wildpark in kan is het noodzakelijk een voorlopige boeking te maken voor de verschillende campsites in het park (een handig boekje voor het voorbereiden van een bezoek aan de wildparken in Botswana is “The Shell Tourist Travel Guide of Botswana” van Veronica Roodt).
   
Er zijn maar een beperkt aantal campsites in het park en die worden beheerd door de Botswana Parks and Reserves Reservations Office. In de hoofdstad Gaborone zijn we daarom langsgegaan bij het booking office waar we het park entry fees en camping fees hebben betaald.
De CKGR heeft drie hoofdingangen. Ons plan was het hele park te doorkruisen van het zuidoosten naar het noorden. Vanuit Letlhakeng (ten noordwesten van Gaborone) is het 100 km naar de meest zuidelijke ingang van het park. Eenmaal door de zuidgate van de Reserve begin je aan een 280 km lang zanderig en hobbelig pad dat verbazingwekkend ongevarieerd is! Dit zuidelijke deel van het park is voor een groot deel begroeid met dichte bush. Het pad is smal en er staat in het regenseizoen hoog gras in de middenberm waardoor je hele radiateur vol komt te zitten met zaden en andere ellende. Wij waren voor al dit geweld gewaarschuwd en hadden een strook gaas voor de gril gemaakt om te voorkomen dat de motor oververhit raakte.
Na een lange dag rijden kwamen we aan in Xade (westelijke ingang) waar je het park weer uit kan of via een pad naar het noordelijke deel van het park kan rijden. Als je naar het noorden rijdt verandert de dichte bush langzaam in een vlak open landschap.
Bij de ‘pans’ (vlakten waar in het regenseizoen water staat) kun je kamperen en je tijd spenderen door naar de gemsbokken, springbokken, giraffen, jakhalzen en struisvogels te turen. Sommige kampeerspots zijn voorzien van een toilet, een ‘bucketshower’ en natuurlijk een ’braaiplaats’; anderen hebben geen faciliteiten en geven je daardoor echt het gevoel midden in de wildernis te zijn. Onze derde nacht sliepen we bij de Deception Pan, voor ons het mooiste stuk van de hele CKGR, en dat is niet alleen vanwege de naam of het feit dat we daar 5 cheeta’s hebben gezien! In dit gedeelte van het park heb je mooie weidse vlakten die je met recht het gevoel geven dat je je in een enorm natuurgebied bevindt. Op één van die vlakten ontdekten we de cheeta’s onder een boom en we hebben vrijwel de hele ochtend daar rondgehangen en gewacht totdat ze in actie zouden komen, wetende dat cheeta’s vaak in de ochtend actief zijn. Deze cheeta’s echter hadden de kunstjes van de leeuwen afgekeken en verroerden zich de hele dag niet totdat ze vlak na het ondergaan van de zon hun lange benen strekten en aanstalten begonnen te maken voor een aanvalstrategie op de springbokjes aan de overkant van de vlakte. Het werd snel donker en tot het laatste moment wachten we met het aandoen van ons zoeklicht om te aanschouwen hoe ze op de vlakte hun prooi omcirkelden. Uiteindelijk waren we gedwongen terug te rijden naar het Deception Pan camp aangezien we de tijd dat we officieel binnen moesten zijn al ver hadden gepasseerd. Geen kill gezien maar wel een hele gave ervaring!
   
Na een ‘bucketshower’ in de ochtend reden we het park uit via de noordoostelijke gate over een waanzinnig modderpad zodat de auto eruit zag alsof we in Congo waren geweest.... Langs het hek aan de noordkant van het park loopt een goed zandpad richting Ghanzi. Vanuit hier loopt er een lange, rechte en saaie weg naar Windhoek, Namibie: de Trans Kalahari Highway. Op deze weg hebben we menigmaal overdacht dat een airco in de volgende auto toch wel fijn zou zijn! Door de permanente fata morgana voor je op de weg heb je het gevoel voor geen meter op te schieten maar uiteindelijk kom je dan toch bij de grens met Namibië. Deze grenspost is misschien wel de meest klinische en georganiseerde Afrikaanse grenspost die wij op onze reizen door Afrika hebben meegemaakt. Toeristische folders in nette bakjes en een gecomputeriseerd systeem voor de ‘Immigration’. En buiten 40 graden....maar in Windhoek stond een lekker hotel op ons te wachten dus reden we met visioenen van een heerlijke koude ‘Windhoek Lager’ verder de hitte in.
Windhoek is een prima plek om heerlijk te eten, te drinken en letterlijk en figuurlijk bij te tanken. Na een dag luxe reden we via kleine binnendoor-weggetjes vanuit Windhoek richting Sossusvlei, de oranje duinenzee van de Namibdesert. Hoe kleiner de binnendoorweggetjes hoe leuker, uiteindelijk loopt de weg gewoon over prive-farms met hekken die je zelf open en dicht moet doen. Dit gebied heeft af en toe iets weg van het wilde westen met cattle ranches en eindeloze vlakten met bosjes en cactussen en prachtige plateaus aan de horizon. Alleen de Duitse namen op de bordjes die aangeven wie de eigenaar van het land en de farm is doen je weer beseffen dat je in een land bent waar de invloed van het kolonialisme nog steeds heel erg sterk is.
Deze doorsteek van Windhoek naar Sesriem was misschien wel de heetste dag van de hele trip met temperaturen van ruim boven de 40 graden! Aan de voet van het Naukluftgebergte, een prachtig en erg verlaten gebied, reden we het erf op van een campsite waarvan de receptie duidelijk ontworpen was door iemand met een artistieke inslag; een scherp contrast met de overheersende Duitse ‘grundlichheit’ in Namibie. De campsite (Tsauchab River Camp) ligt langs een droge rivierbedding met individuele kampeerplekken die ver van elkaar verwijderd zijn. Onze ruime campsite was duidelijk met heel veel liefde en aandacht voor de omgeving ontworpen met een klein badkamertje dat vernuftig was weggemetseld in de stam van een grote boom.
De volgende ochtend vervolgden we onze weg naar Sesriem en Sossusvlei. De camping in Sesriem heeft maar een beperkt aantal plaatsen en het is aan te raden deze van te voren te boeken via Namibia Wildlife Resorts. Sesriem ligt aan het begin van de weg naar Sossusvlei en doordat Namibië een heftige “toeristenboom” heeft doorgemaakt in de laatste 10 jaar is het behoorlijk uitgebreid met een benzinestation, een winkeltje en een kantoortje waar je de permit voor Sossusvlei kan kopen. Er is zelfs een asfaltweg aangelegd voor de 65 km van Sesriem naar Sossusvlei wat wij erg jammer vonden omdat het veel van de charme van het gebied wegneemt. Met de permit mag je vanaf een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang in de duinen zijn. Wij hebben een hele middag gespendeerd in het laatste gedeelte van de vallei waar je alleen met een 4x4 kan komen. Ondanks dat dit gebied jaarlijks een enorm aantal toeristen trekt, hebben wij helemaal alleen kunnen genieten van een schitterende zonsondergang bij de ‘Dead Vlei’.
   
Omdat we allemaal de filosofie hebben dat we maar één keer leven hadden we vooraf een reservering gemaakt bij Namib Sky Balloon Safaris (www.balloon-safaris.com of
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
) voor een zeer kostbare ballonvaart over de duinen van Sossusvlei. We werden om 05.15 van Sesriem campsite opgepikt en met slaperige oogjes reden we in het donker richting de plek waarvandaan de ballon op zou stijgen. Toen de auto die ons daarheen bracht een wiel verloor, we langs de kant van de weg de zon langzaam voelden opkomen en de driver ons ook nog vertelde dat we samen met 4 anderen in de ballon zouden zitten hadden we er niet veel vertrouwen meer in dat dit een ‘once-in-a-lifetime-experience’ zou worden. Al snel kwam een andere auto ons ophalen en reed ons naar de plek waar de ballon al vrijwel opgeblazen lag te wachten. We werden toegeschreeuwd dat we moesten rennen want overduidelijk had de wind de ballon al te pakken. We tuimelden de rieten mand van de ballon in en stegen op…..
Het bleek een waanzinnige en zeker een ‘once-in-a-lifetime experience’ om stilletjes te ‘drijven’ boven dit fantastische duinengebied. De zon kwam langzaam op en zette de hele duinenzee in een roze gloed en we zagen de schaduw van de ballon weergegeven op de duinen en het gouden gras. Na een uur genieten landden we aan de rand van Duin Nummer 1 waar een fantastisch ontbijt was gedekt, met champagne! Een waanzinnig mooie ervaring die driedubbel en dwars de vele euro’s waard was....
Na dit avontuur reden we via Walvisbaai naar Swakopmund. Zo’n 50 km voordat de weg de kust bereikt begint de temperatuur geweldig te zakken tot een zeer aangename 24 graden. Het gebied net voor Walvisbaai deed ons door zijn leegte, elektriciteitsmasten en beginnende duintjes heel erg aan Algerije denken totdat je Walvisbaai bereikt wat eerder een soort koud Saudie Arabie moet zijn.... en Swakopmund is weer een gek stadje door zijn overdreven Duitse invloeden.
De Skeleton Coast ten noorden van Swakopmund viel ons wat tegen, een vrij saai gebied zonder de indrukwekkende scheepswrakken die we hadden verwacht, alleen veel dooie zeehonden....
  
Op een gegeven moment rijd je in het Skeleton Coast National Park zelfs door een diamond mining area wat het gebied iets heel bizars geeft. Bij Torra Bay reden we het Skeleton Coast National Park weer uit richting Damaraland. Zodra je de kust achter je laat verandert het landschap meteen en de temperatuur helaas ook! Het vlakke zanderige kustgebied gaat over in een indrukwekkende rode rotswoestijn. Vlakbij het dorpje Wereldsend (zo heet het echt) hebben we een nacht gekampeerd in een rivierbedding waar we verrast werden door de hoeveelheid wilde dieren. Hoewel dit geen national park is renden de giraffen er vandoor toen we aan kwamen rijden!
Via Palmwag zijn we de volgende dag naar Sesfontein gegaan, de uitvalsbasis voor een paar dagen in Kaokoveld. Het is de moeite waard om vlak voor Sesfontein een klein stukje de Khowarib rivier in te rijden. Een heel stoffig pad leidt je daar een canyon in met schitterende rotsformaties.
In Sesfontein hebben we bij een Duits fort, wat dient als enige hotel, getankt en water ingeslagen om een aantal dagen de bush van Kaokoveld in te gaan. In dit gebied rijdt je voornamelijk door rivierbeddingen die als levensaders de kurkdroge steenvlakten doorkruisen. De laatste poeltjes water in de beddingen trekken veel dieren aan die zich hebben aangepast aan het leven in deze woestijn. We waren verrast door de vele gemsbokken, springbokken, giraffen en olifanten die je ziet, allemaal met kleintjes vanwege het seizoen. Hoewel het een vrij klein gebied is wat we doorkruisten veranderde het landschap van brede beddingen met grote oude acacia’s tot Sahara-achtige vlakten met spectaculaire rotsgebergten. Een schitterend gebied.

Na een paar dagen in Kaokoveld reden we richting de Brandberg in Damaraland. Een vriend van ons kent dit gebied erg goed (www.imagenature.net) en had ons een detailkaart geleend waardoor we echt ‘off the beaten track’ konden gaan. Damaraland lijkt met zijn droge uitgestrekte vlakten op Kaokoveld, alleen is het meer rotsachtig en zijn de vlakten begroeid met meer vegetatie. De beddingen van de Huab, Goantagab en Ugab rivier zijn erg indrukwekkend met schitterende canyons en rotsformaties. Het pad door de bedding van de Goantagab rivier bleek erg ruig (de vering werd goed getest!) en de bedding van de Ugab ter hoogte van de Brandberg was extreem moeilijk begaanbaar door de heftige regens van vorig jaar. Permanent water zorgt op sommige stukken voor dichte vegetatie, voornamelijk hoog riet, waar we ons een pad doorheen moesten banen. Ten oosten van de Brandberg, na ongeveer 40 km zwaar terrein, werd de bedding weer breder, vlakker en zanderiger en kwam er een einde aan dit onverwachte avontuur!
Eenmaal uit de bedding van de Ugab zijn we over de gebaande paden terug naar Windhoek gereden. Vanuit Windhoek terug over de Trans Kalahari Highway naar Joburg waar een vliegtuig klaar stond om onze vrienden weer terug naar het koude noorden te brengen. Terwijl we hen uitzwaaiden keken we terug op een lange, mooie trip door een prachtig stuk van Afrika.
|